Hoe berekenen we de benchmark?

Alle vergelijkingen in deze tool zijn herleidbaar tot een publieke bron. Hieronder vind je per onderdeel de bron, de methode, de aannames, de beperkingen en de peildatum.

M&I-verrichtingen — Expected vs Actual

Verouderd · 2022-12-31
Bron
Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn — Jaarcijfers 2022 ↗ open
Methode
Populatie-gewogen 'expected': het aantal man en vrouw in de praktijk wordt vermenigvuldigd met het landelijke aantal verrichtingen per 1.000 patiënten per geslacht. De gap is het verschil tussen werkelijk (actual) en verwacht.
Aanname
De praktijkpopulatie volgt de nationale man/vrouw-verdeling per verrichting.
Beperking
Gebaseerd op jaarcijfers 2022 — er is geen recentere open data beschikbaar. Regionale variatie en praktijkspecifieke zorgprofielen zijn niet meegenomen.

NZa-tarieven — gap in euro

Actueel · 2025-01-01
Bron
NZa Prestatie- en tariefbeschikking huisartsenzorg 2025 (TB/REG-25620-02) ↗ open
Methode
Gap in euro = (actual − expected) × tarief. Primair wordt het gecontracteerde tarief 2025 gebruikt; het NZa-maximumtarief geldt als bovengrens. Ontbreekt het praktijk-eigen tarief, dan wordt teruggevallen op het gecontracteerde NZa-tarief.
Aanname
Het gecontracteerde tarief benadert het werkelijk gedeclareerde tarief.
Beperking
De tarieven 2025 staan onder herziening na de CBb-uitspraak van november 2025; de NZa publiceert een definitief besluit vóór 30 juni 2026.

Financiële KPI-benchmarks

Verouderd · 2022-12-31
Bron
NZa kostprijsonderzoek 2025 (onderzoeksjaar 2022) + NZa kerncijfers 2024 (Vektis) ↗ open
Methode
Landelijke gemiddelden per praktijk en per patiënt. Enkele KPIs zijn schattingen zonder primaire bron; die worden expliciet als 'schatting' gemarkeerd en tonen geen landelijke vergelijking in het dashboard.
Aanname
Het landelijk gemiddelde is representatief voor een gemiddelde praktijk.
Beperking
Praktijkomzet hangt sterk af van de praktijkgrootte (klein/middelgroot/groot); het landelijk gemiddelde dekt deze spreiding niet af.

Financiële KPIs — bron per waarde

KPIBetrouwbaarheidPeildatumBron
Berekend: totale opbrengsten per praktijk (landelijk €1.041k) gedeeld door gemiddeld aantal inschrijvingen per praktijk (landelijk 4.477). Uitkomst: ~€233/patiënt (prijspeil 2022). Inclusief alle segmenten (S1 tarief gereguleerd + S2 vrije tarieven + S3 ketenzorg + ANW). Niet te vergelijken met NZa kerncijfer 2024 (€5,23B / 17M = €307/patiënt), want dat bevat ook POH-GGZ-module en is sectorbreed, niet per individuele praktijk. Voor 2025 (na NZa-indexatie 4,61%): geschat €244/patiënt.
De uitkomst hangt af van de definitie: (1) NZa-definitie — de normatieve arbeidskostencomponent (NAC, €202.476/fte) telt als kosten, waardoor de marge bij gereguleerde tarieven ~0% is (break-even by design); (2) Ondernemersdefinitie — bedrijfsresultaat vóór huisartsinkomen / omzet, oftewel het NAC-aandeel van de praktijkomzet, orde van grootte ~30%. De tool berekent de praktijkmarge als (omzet − operationele kosten) / omzet, dus vóór aftrek van het huisartsinkomen → vergelijkbaar met de ondernemersdefinitie (~30%). Zie /benchmark-verantwoording voor de bron en beperkingen.
Berekend: totale Zvw-opbrengst segment 1+3 landelijk (€2.715.017.710) gedeeld door het aantal ingeschreven patiënten (17.475.415) = ~€155/patiënt (prijspeil 2022). Omdat de NZa tarieven kostendekkend vaststelt, benadert deze gereguleerde omzet de gereguleerde kostenbasis (incl. NAC). Let op: de praktijk-KPI rekent met operationele kosten excl. huisartsinkomen, dus dit is een indicatieve, geen 1-op-1 vergelijking.
Gemiddeld 4,9 reguliere consulten/visites per verzekerde per jaar (2024). Nivel 2022-jaarcijfers geven 4,226 contacten/1000/jaar (= 4,226 per patiënt). Gebruik NZa 2024 als meest recente bron: 4,9. Nivel-getal is lager omdat het om contactregistraties gaat, niet alleen gedeclareerde consulten.
Totale VIPlive-omzet (S1 inschrijvingen + S2 consulten + S3 modules + M&I) gedeeld door het aantal S2 consultcontacten. Dit verschilt van de €12–13 per behandelaar in de tabel eronder: die telt alleen de S2 consult-tarieven (de directe contactvergoeding). Het verschil is de S1- en S3-financiering die per ingeschreven patiënt wordt ontvangen en niet per contactmoment — maar die wel onderdeel is van de totale praktijkomzet. Benchmark afgeleid: €233 omzet/patiënt ÷ 4,9 contacten ≈ €47,6 (prijspeil 2022).
Aandeel van de M&I-verrichtingen (codes 13001–13049) in de totale praktijkomzet. Afgeleid uit de Nivel-volumenorm × de gecontracteerde NZa-tarieven 2025, gedeeld door de omzet/patiënt-benchmark (€233): de geënumereerde M&I-codes leveren ~€11,24/patiënt = ~4,8% van de totale omzet (ondergrens; de mi_per_1000-norm 183,7 ligt iets boven de som van de geënumereerde codes). De eerdere NZa-waarde van 1,6% (#61) was onverenigbaar met deze volumenorm × tarieven — zie #162. De noemer (totale omzet) is uitgelijnd met kpi.mi_aandeel_omzet.
Landelijk gemiddelde M&I-verrichtingen per 1.000 ingeschreven patiënten. Man: 153,9 | Vrouw: 213,1 | Totaal: 183,7.

Benchmark-dataset versie 2025.1 · laatst bijgewerkt 2025-05-25.